Je kunt de geschiedenis van Den
Haag laten beginnen als een Sprookje, met "Er was eens... ", want de
geschiedenis van Den Haag is als een sprookje. Het is het verhaal van Prinsen, Prinsessen,
slechteriken, een geheimzinnig bos en een kasteel.
Je kunt de geschiedenis ook laten
beginnen met "In den beginne was er niets.."
Want, er was ook echt helemaal
'niets'.

Na de ijstijden wist de mens zich wat
permanenter te vestigen in deze streken. Germaanse (de Canafaten) boeren leefden hier van
akkerbouw, visserij, veeteelt en het steken van "Veen". Huisjes waren van hout,
buren woonden kilometers verder en echte steden daar had men wellicht over horen spreken,
maar weinigen zullen er ooit één hebben bezocht. De dichtstbijzijnde stad lag
waarschijnlijk in Griekenland. Het was duizenden jaren vrij rustig in West Europa, tot op
een dag mensen uit het zuiden van Europa arriveerden: De Romeinen.
Ten tijde van de Romeinen is er een Romeins fort (met tempel en huizen) geweest op de
plaats waar nu Voorburg ligt. Het fort heette Forum Hadriani. Bij Ockenburg (Kijkduin) en Scheveningen woonden
in die tijd Germanen die de gebruiken van de Romeinen over hadden genomen. Zij dreven ook
handel met de Zuid-Europeanen.
Toen het Romeinse Rijk in elkaar stortte
verdwenen de meeste bewoners weer uit deze streek. Het werd er stil. De zee en de duinen
vochten om gebied en de weinige mensen die in deze omgeving woonden waren arm. Het vertrek
van de Romeinen betekende echter niet dat deze mensen 'vrij' waren. Toen Rome nog machtig
was geweest had zij overal in het Rijk lokale bestuurders aangewezen. Zij spraken recht en
inden de belasting. Vrij vertaald heette zo'n lokale bestuurder "Graaf".
Nadat de Romeinen verdwenen waren bleven de
Graven achter (er waren ook Hertogen en andere edelen). Zij waren de eigenaren van
het land. Toch hadden ook zij nog iemand boven zich.
Een Germaanse Keizer (vrije vertaling van
de Romeinse titel : "Ceasar" [Duits: Kaiser, Russisch Tsar]) met de naam Karel
(De Grote) bestuurde vanuit diverse steden in Europa een restant van het Westelijk deel
van het oude Romeinse Rijk (in het oosten van Europa bleven de Romeinen het uithouden tot
ongeveer 1430).
De Germaanse Keizer werd ook wel Rooms
Keizer genoemd. Dit had in zoverre met Rome te maken, dat de Keizer in Rome door de Paus
werd gezegend en gekroond. Men was in Europa Rooms Katholiek.
Karel de Grote (Keizer van 800-814)
probeerde zijn Rijk zo goed en zo kwaad als het ging bij elkaar te houden. Hij had daarbij
de hulp nodig van de vele Graven en Hertogen (de edelen), want van de geordende wereld van
de Romeinen was aan het begin van de Middeleeuwen [buiten de Kerk] al helemaal niets meer
over. Wegen vervielen, vervoer over land werd steeds gevaarlijker (slechte wegen en
rivaliserende families) en ook de steden werden steeds armoediger.Dit is één van de
weinige periodes in de Geschiedenis geweest waarin ouders hebben moeten toezien hoe hun
kinderen minder konden (leren) dan zij zelf.
Nadat Karel de Grote was overleden volgde
jaren van strijd, waarbij zijn drie zoons ieder een groot stuk land inpikten.
Twee van de grote gebieden kennen we nu
eigenlijk als Frankrijk en Duitsland.
Die landen bestonden in de eeuwen na Karel de Grote echter nog lang niet, want door
machtsstrijd werden de kleine gebiedjes steeds zelfstandiger. De verdeling van land is er
wel de oorzaak van dat men in het midden van Europa Duits en aanverwante talen spreekt en
in Frankrijk en Spanje talen die met het Latijn te maken hebben. Er bleven dus Keizers
bestaan, maar de edelen verwierven zich steeds meer macht.
In het huidige Duitsland ontstonden in de
volgende duizend jaar landen als Pruisen en Bohemen en in Italië had je het Koninkrijk
Sicilië, de republiek Venetië en een enorm land dat van de Paus was.
Nederland bestond nog lang niet. Het was onderdeel van het middelste Rijk
(Middenrijk van Lotharius) en verdeeld onder Graven, Hertogen en Bisschoppen.
Holland (Holtland) bestond wel, Het was een
graafschap dat zich uitstrekte van Hoek van Holland tot ongeveer Alkmaar. De eerste Graaf
van Holland is Dirk I. Hij leefde aan het begin van de 10e eeuw. Voor de 10e eeuw werd het
gebied Friesland genoemd en daar nog voor Masaland.
De graven hadden graag gezien dat Holland
nog wat groter werd en dus verzamelden zij regelmatig troepen om zich heen. Hollanders
vochten vooral tegen de West-Friezen (huidige kop van Noord-Holland) en tegen legers uit
Gelre.
In deze onrustige tijden ontstonden de
eerste grote steden vooral in de zuidelijke Nederlanden (België).
De locatie van het huidige Den Haag werd tot ongeveer 1200 nog steeds bewoond door
een paar honderd boeren. Zij woonden in kleine boerderijen. Aan zee (Scheveningen) was
sinds 500 AD een kleine vissersnederzetting en landinwaarts was de enige bebouwing van
betekenis te vinden bij een duinmeertje. Omstreeks 1097 hadden de Graven van Holland een
versterkte woning ter hoogte van de Plaats. Daar vlak naast lagen
enkele andere boerderijen, waaronder een grote die bewoond werd door een rijke adellijke
familie uit Wassenaar. Deze woningen lagen op oude duinwallen, midden in het bos.

De graaf van Holland trok met zijn
ambtenaren en militairen van dorp naar dorp.
Sommige dorpen gaf hij het recht om in bepaalde goederen te handelen.
Vanzelfsprekend moest zo'n dorp zich daarna kunnen verdedigen. Want jaloerse buren zouden
anders de inkomsten komen ophalen. Zulke dorpen kregen toestemming om een muur te bouwen
en samen met de andere rechten (en plichten) werd zoiets "stadsrechten" genoemd.
Dorpen werden dus steden. Dordrecht was de eerste stad in Holland. Leiden
en Delft volgden snel. De muren die om de steden werden gebouwd gaven de bewoners
zelfvertrouwen.
Ook 's-Gravenzande ('s-Gravensande)
had stadsrechten en muren. De Graven bezaten er een groot jachtslot.
Niet alleen waren de bewoners van steden
relatief veilig voor aanvallen vanuit naburige dorpen, steden en Graafschappen, maar de
Graaf kon zich in deze steden terug trekken indien hij machtige vijanden had kwaad
gemaakt. Nu hadden de Graven nog een geluk, en dat was dat het land dat ze bezaten zelf
ook meehielp bij de verdediging en dan bedoel ik niet (alleen) de bewoners, maar ook het
land zelf. Holland komt van Holt-land en dat betekent letterlijk "Houtland".
Holland leek 1.000 jaar geleden een beetje op het huidige Zweden. Er was heel veel bos en
er waren heel veel meren, maar een groot verschil tussen Holland en Zweden is/was de
bodem.
Holland heeft immers geen rotsbodem. Er
waren dan ook veel moerassen en in die moerassen zakten aan het begin van het vorige
millennium enkele Keizerlijke legers weg. Soldaten in hun zware harnassen stierven de
verdrinkingsdood voordat ze een stad waar de Graaf zich verschanste ook maar hadden
gezien. Strafexpedities sturen naar de steden bleek al snel een hopeloze onderneming. Dit
maakte de Graaf van Holland (en daarmee het Graafschap) vrij machtig. Er zat voor de
eigenaars van de 'verdwenen legers' niet veel anders op dan compromissen te sluiten met de
Graaf.
Op den duur zouden ook de steden zelf gaan
profiteren van de muren. Zij zouden zelf machtig worden en het
bestuur over Holland overnemen. Zo ver was het aan het begin van het vorige millennium
echter nog niet.
Voorlopig waren de Graven van Holland nog
de baas (soms ook Gravinnen. Zo regeerde Gravin Petronella van Saksen, weduwe van Graaf
Floris II & moeder van Dirk VI, aan het begin van de 12e eeuw enige tijd in Holland).
De Graven bleven rondreizen tussen de
Steden. In diverse steden had hij kastelen. In een tijd dat alle gebouwen van hout waren,
vielen de gebouwen van de graaf op omdat ze van steen waren gebouwd. Het kasteel in Leiden
werd Gravensteen genoemd. Het bestaat, net als de Burcht van Leiden, nog steeds. Wanneer
de Graven van Holland tussen Haarlem, Leiden en 's Gravenzande reisden verbleven zij ook
in hun oude slot bij de (huidige) Plaats. Dat was dus al voor
1100.
Hier werden rechtszaken gehouden en vele
schuldigen (en onschuldigen) gestraft.
In Leiden bezat de Graaf sinds het jaar 1000 AD ook een Burcht (Deze bestaat nog
steeds).
Een ernstig incident rond deze burcht heeft er zeker toe bijgedragen dat Den Haag
is ontstaan.
Toen Graaf Dirk VII in 1203 overleed was
zijn dochter 15 jaar oud. Zij was nog ongehuwd, maar officieel kon alleen haar echtgenoot
de nieuwe Graaf van Holland worden. Er ontstond een machtsvacuüm en haar oom, Willem,
riep zichzelf uit tot Graaf (Willem I).
De Weduwe van Dirk VII reageerde hier op door haar dochter vrijwel direct uit te
huwelijken aan een zekere Lodewijk van Loon.
Er ontstond een machtsstrijd waarbij de
twee partijen zoveel mogelijk andere edelen en steden voor zich probeerden te winnen. De
strijd werd uitgevochten in Leiden rond Gravensteen en de Burcht. De verliezen waren groot
: Een heel leger van Willem is bijvoorbeeld in 1204 bij de Leidse Burcht in de
rivier gejaagd (en weer waren de zware harnassen er de oorzaak van dat vrijwel alle mannen
verdronken).
Later is ook de oude Ridderzaal in Haarlem
in vlammen opgegaan (deze is 100 jaar later weer opgebouwd) en langzaam groeide het besef
bij de Graven dat ze een eigen gebied buiten de Steden nodig hadden om zich veilig terug
te kunnen trekken.
De Graven van Holland bezaten al een huis in Loosduinen en het Jachtslot bij de
beek Haragha, maar Graaf Floris IV liet zijn oog vallen op het huis waar de Vrouwe Meiland
van Wassenaar woonde. Het was de eerder genoemde hoeve bij het duinmeer. Floris IV kocht
dit huis. Het oudere huis van de Graven dat er vlakbij lag, werd om -mij- onbekende
redenen niet langer geschikt geacht om er 's nachts te kunnen slapen nadat de Graaf
had gejaagd in het oude woud. Toch heeft dat oude huis nog tot 1697 bestaan.

Het enorme bos had zich ooit uitgestrekt
van 's-Gravezande tot voorbij Haarlem, maar rond 1200 was er al een heel groot stuk van
dat oude bos verdwenen. Boeren hadden land en hout nodig en dus werd er gekapt.
In de driehoek Loosduinen, Leiden en
Haarlem was het bos echter nog vrijwel intact.
Er zaten veel herten en zwijnen en de Graaf hield er van om daar in zijn vrije tijd
op te jagen.
Waar nu het plein "De Plaats" te vinden is, liet Graaf Floris II van Holland
omstreeks 1097 een versterkte woning (toren van steen) bouwen. Deze werd al 's Hage
genoemd.
Langs deze versterkte woning stroomde noemde de beek Haragha. Deze beek bestaat nog
steeds, maar wordt nu gewoon De Beek genoemd. Het oude huis van de Graven is in de 16e
eeuw afgebroken.
Floris IV had wat meer vrije tijd gekregen
nadat hij een plaatsvervanger had aangesteld die in zijn plaats naar de (lastige) steden
trok om er recht te spreken.
Deze plaatsvervanger noemde men de "Stadhouder".
Floris IV verliet de hoeve bij de Plaats en
trok in de hoeve bij het Duinmeer. Hij liet er (waarschijnlijk) een toren naast zetten. Om
de hoeve lag een wal van aarde en daarop stonden houten palen. Dit hele gebied kreeg de
naam Haga! Haga betekent in het oude dialect van die tijd zowel
"Bos" als "Afgebakend gebied". Dit was het afgebakende gebied van de
Graaf:
Des Gravenhage.
Hier begint de geschiedenis
van Den Haag