Voor de toekomst van Nederland was deze
periode zeer belangrijk. Holland was sinds het begin van haar bestaan een onderdeel
geweest van het Heilige Roomse Rijk, maar dat was een los verbond van staatjes.
Nu was het onderdeel van een veel machtiger
rijk dat zich uitstrekte van de Noord Zee tot het Jura gebergte.
De Hertog van Bourgondië (Philips de
Goede) bezat Vlaanderen, Arois, Franche-Comté; Namen, Brabant en Limburg en (na 1433
Holland, Zeeland en Henegouwen). Hij wist ook Auxerre, Bar en Maçon en als laatste, in
1451, Luxemburg in zijn bezit te krijgen.
Philips de Goede was Graaf van Holland (en
Zeeland). Holland bleef dan ook een Graafschap.
In al deze gebieden benoemde hij
stadhouders. Deze Stadhouders kwamen in Brussel en Mechelen bijeen in de door Philips in
het leven geroepen Staten-Generaal.
Philips wilde koning worden van zijn rijk,
maar ondervond ernstige tegenwerking van enkele belangrijke Duitse vorsten. Koning is hij
dus nooit geworden. Toch wordt Philips beschouwd als grondlegger van de staten Nederland
en België. Hoofd- en regeringssteden waren Mechelen en Brussel (België). Den Haag werd
een soort provincie hoofdstad (van Holland). Tussen 1433 en 1578 leefden er geen
Bourgondische leiders op het Binnenhof. De Hertogen van
Bourgondië logeerden er af en toe (een paar weken in het jaar). Het Binnenhof werd wel hoofdkwartier van de Staten van Holland. Een
soort provinciale regering, die verantwoordelijk was voor (o.a.) de belasting inning.
In de Staten zaten afgevaardigden van de
Adel, Geestelijkheid en de (gegoede) Burgerij. Zij werden bijeengeroepen door Philips
wanneer hij daar zelf de noodzaak toe zag.
Verder gebeurde er eigenlijk niet veel op
politiek gebied. Belangrijke besluiten werden in het Zuiden van dit grote Hertogdom
genomen.
De plaatsvervanger van de Hertog van
Bourgondië in Den Haag werd Stadhouder genoemd (of Luitenant). De Stadhouders waren
edelen die eigenlijk aan het hof van de Hertog, in Brussel of Mechelen, behoorden te
wonen, maar steeds vaker Den Haag als woonplaats kozen.
De Hertogen kozen voor het ambt van
Stadhouder machtige Edelen, die tegenwicht konden bieden aan de (eveneens) machtige steden
binnen het Rijk.
Ondanks het feit dat de politieke
machthebbers zelf niet meer -permanent- in Den Haag verbleven, ging het Den Haag
economisch goed.
De meeste activiteiten in het dorp Den Haag
vonden waarschijnlijk plaats in het Spui gebied. Hier lagen enkele belangrijke grachten,
zoals het Spui (zelf) en de Voldersgracht. Langs de kades werden steeds meer eenvoudige
huizen (van hout) gebouwd.
De stenen toren van de Grote (of St. Jacobs) kerk was in 1425 afgebouwd en stak ver
boven het dorp en de omringende bossen uit. Het dorp Den Haag was nu vanuit de verre
omstreken te zien. De eens zo mooie Ridderzaal begon ernstige
tekenen van verval te vertonen. Er werden steeds meer huisjes van hout tegenaan gebouwd.
Het inwoner aantal van Den Haag groeide flink. In 1400 waren er 2.000 inwoners, in 1500 al
8.000.
Na 1400 ontstond er ook langs de Oude
Molstraat en de Juffrouw Ida straat enige bebouwing. Tussen Spui en Wagenstraat groeide na
1400 een nieuwe buurt, waar de lakenarbeiders woonden en werkten.
In 1421 had een storm (St. Elisabeth vloed
genoemd) 27 Hollandse en Zeeuwse steden verwoest. Den Haag bleef echter droog. In een tijd
van snelle economische groei voor heel Holland was dit een enorme economische meevaller
voor het Dorp. Andere steden en dorpen moesten veel geld uittrekken voor
herstelwerkzaamheden. Den Haag kon het geld aan andere zaken uitgeven.
De economische groei van Holland had onder
andere te maken met handelsverdragen met Engeland, en met Hollandse uitvindingen die de
visserij winstgevender maakten. Bovendien werden de Hollanders steeds meer bedreven in het
bouwen van grote zeeschepen.
De wol industrie in Den Haag bloeide als
nooit te voren. 1470 was het meest succesvolle jaar van allemaal. Daarna stortte de
industrie echter vrij snel weer in, zodat de wolindustrie in 1514 bijna geheel uit de stad
was verdwenen.
De woningen aan de Oude Molstraat en de
Juffrouw Ida straat waren uiterst eenvoudig. Ze hadden geen verdieping en waren evenals
bijna alle Haagse huizen van hout.
De rijke Hagenaars woonden aan de
hoofdstraten. Belangrijke straten zoals de Hoogstraat, het Noordeinde, de Venestraat en de
Spuistraat werden, net als de het marktplein geplaveid met kasseien.
Nu Den Haag steeds groter groeide kwam er
ook steeds meer verkeer. In 1460 werd besloten dat verkeer niet meer in het Grafelijke bos
mocht komen. Het moest vanaf dat moment over de Kazernestraat de stad in en uit. In 1599
werden de regels voor het betreden van het Grafelijke bos nog strenger. Uitzonderingen
bestonden vanaf dat moment feitelijk niet meer.
Aan het Voorhout gingen ondertussen steeds
meer adellijke families wonen en vanaf de 15e eeuw werd de Beek een grens tussen twee
werelden, die elk hun eigen karakter hadden en hebben.
Orde van het Gulden Vlies
In 1430 trouwde de Hertog van Bourgondië met Isabelle van Portugal. Kort na dit
huwelijk besloot de Hertog een ridderorde (Orde van het Gouden Vlies) op te richten.
Vierentwintig loyale ridders vanuit het hele Bourgondische rijk hadden zitting in deze
ridder-orde. In 1432 en 1456 vergaderden de ridders in Den Haag.
De wapens van de Ridders die in
1456 Den Haag bezochten kunnen nog steeds bezichtigd worden in de Grote
Kerk. De zitting van 1456 is beroemd geworden omdat de heer Van Brederode
zijn toespraak in het Nederlands hield, terwijl Frans en Latijn de gangbare talen waren
binnen het Bourgondische rijk. Door Nederlands te gebruiken daagde de heer Van Brederode
de machthebbers uit. Consequenties zijn mij niet bekend. Wellicht was hij niet belangrijk
genoeg om er (letterlijk?) een 'halszaak' van te maken (d.w.z. kop eraf) .
Philips de Goede, Hertog van Bourgondië,
gebruikte de tweede bijeenkomst in Den Haag (1456) om een kruistocht voor te bereiden
richting het Heilige land. De kruistocht werd nooit gehouden, maar er vonden wel
"parades" plaats in de straten van Den Haag van ridders met Kruistocht-banieren
(vlaggen). Dit moet een enorme "show" geweest zijn voor de bewoners van het
dorp. Iets waarvoor waarschijnlijk zelfs Stedelingen uit Delft en Leiden naar Den Haag
reisden.
In 1459 werd de zoon van Philips de Goede,
Karel de Stoute (=Dappere), stadhouder van Holland. Hij woonde tussen 1462 en 1464
permanent in Den Haag. Hij leefde in onmin met zijn vader en wilde Holland eigenlijk laten
afscheiden van het Bourgondische rijk. Dit voornemen is nooit uitgevoerd. Indien dit wel
was gebeurd zou de Geschiedenis weer een hele andere wending hebben genomen.
Karel de Stoute was hoofd van het gilde der
boogschutters. Hij liet de zogenaamde "Doelen" (schietbanen) bouwen op een
plek aan de Hofvijver waar zich nu de Korte Vijverberg
bevindt.
Aan het eind van de 14e eeuw woonden er
veel edelen in kastelen in en rond Den Haag. De familie Assendelft had een groot landhuis
op het Westeinde, de Ruygrock familie woonde in Voorburg en vlakbij het huidige Centraal
Station lag kasteel Ternoot (Nu de naam van een groot modern tramstation). Ook deze edelen
bleven er voor zorgen, net als ten tijde van de graven van Holland, dat Den Haag een
welvarende stad was.
In Heel Holland ging het goed. Dit kwam
vooral omdat oude concurrenten (zoals de steden van Zeeland, Vlaanderen) net als Holland
onderdeel waren van één land. Onderlinge conflicten werden uitgesproken in plaats van
met wapens uitgevochten. Bij dreiging van een buitenlandse (Europese) mogendheid stonden
zij samen sterk. De regering van Philips zorgde tevens voor een stabiele munt. Iets wat in
die tijd ook al heel belangrijk was.
Philips de Goede overleed in 1467. Na zijn
dood kwam Karel de 'Stoute' (Dappere) aan de macht. Hij regeerde 10 jaar. In die 10 jaar
voerde hij vrijwel permanent oorlog om zijn gebied uit te breiden. Dit was vanzelfsprekend
minder goed voor de economie. Oorlog kost immers geld.
En niet alleen dat. Het kostte Karel
uiteindelijk ook het leven. Hij stierf op het slagveld in 1477 en liet slechts één
dochter na, Maria. Zij was toen slechts 17 jaar en onervaren.
Het was tot die tijd zeer gebruikelijk
geweest dat grote landen in zo'n situatie snel uit elkaar vielen, maar nu bleek dat het in
leven roepen van de Staten-Generaal van Philips een wijs besluit was geweest. Deze
Staten-Generaal bestond ondertussen uit ervaren mensen en zij besloten dat het land niet
uit elkaar mocht vallen. Daarnaast wisten zij hun eigen macht iets te vergroten. De Staten
mochten in het vervolg op hun eigen initiatief bij elkaar komen.
Maria van Bourgondië trouwde met
Maximiliaan van Oostenrijk een Habsburger.
Met deze Maximiliaan had Holland voor de tweede maal in haar geschiedenis een
Rooms-Koning van het Duitse Rijk als staatshoofd. In de 13e eeuw was het echter een echte
Hollandse Graaf geweest, in dit geval natuurlijk niet.
Maximiliaan wilde Keizer worden van het
Duitse Rijk en daarom had hij steun nodig van andere Europese vorsten. Hierdoor werden
soms besluiten genomen die voor Holland en de andere Bourgondische gebieden minder gunstig
waren. In 1486 overleed Maria van Bourgondië.
Begin 16e
eeuw
|