Den Haag
Hoofdstad van Zuid Holland
Regeringsstad en Residentie

van Nederland

Online sinds 1998

 

Mauritishuis

English Deutsch

Alfabetische Index Nieuw op deze site Rondleidingen Rondvaarten Uitgaan in Den Haag Links


De Geschiedenis van Den Haag

De eerste helft van de 18e eeuw
Het tweede Stadhouderloze tijdperk

 


 

 

 

 

Voor de Republiek en de grote stad Amsterdam waren de eerste jaren van de 18e eeuw vooral een tijd van achteruitgang. De 'gouden eeuw' was definitief voorbij. Dat kwam door de gevoerde oorlogen en de concurrentie van landen als Engeland en Frankrijk en in mindere mate ook door (dier) ziektes,zoals de Veepest van 1713 en 1744, waarbij een groot deel van de veestapel stierf.

Tot overmaat van ramp overstroomden grote delen van Utrecht, Holland en Gelderland in 1726. Den Haag bleef gespaard, maar de verzwakte economie van het land zakte verder in elkaar. 

Toeval of niet, er was net als tijdens het "rampjaar 1672" sprake van een Oranje-loos tijdperk. Willem III was overleden en had geen zoon. Daarmee was de directe lijn van Oranjes die afstamden van Willem van Oranje uitgestorven. Willem III had zijn achterneef Johan Willem Friso aangewezen als 'opvolger', maar de landsregering nam dit besluit niet over. Tot 1747 was er geen Oranje aan de macht.

Johan Willem Friso werd wel stadhouder van Groningen en Friesland, maar kwam door verdrinking om het leven in 1711.

Het ging derhalve niet goed met de jonge Republiek, maar in Den Haag was de situatie anders. Een groot deel van de inwoners was rijk en bleef dat ook. Den Haag groeide voorbij haar Singels. Aan de zuidkant van de stad was dat al in 1650 gebeurd. Langs het grachtje het Zieke stonden huizen en een lepra-tehuis (omgeven door muren) en ook langs het Groenewegje stond voor 1700 al een rij huizen.

Omstreeks 1705 bouwde men aan de oostkant van de stad een Kanongieterij. Kanonnen waren tot die tijd in de voormalige Kloosterkerk gemaakt.

Er waren -al in de 17e eeuw- plannen geweest om een gracht te graven (over de huidige Parklaan) van de Noord Singelgracht naar het Lange Voorhout, maar omdat Den Haag een stad is die gedeeltelijk op oude duinen ligt en het Lange Voorhout een stuk hoger ligt dan de Noord Singelgracht, werd besloten dat het bouwen van een nieuwe Gieterijk goedkoper was dan het graven van een nieuwe gracht. De nieuwe Kanongieterij werd gebouwd bij de Oostelijke verdedigingssingel. Omdat daar geen ruimte meer was binnen de singels kwam de Kanongieterij er buiten te staan. Ter verdediging werd de Prinsessegracht verlengd en zo werd de oude Oost Singelgracht een binnengracht (Smidswater en Hooigracht).

Het nieuwe eiland werd "Nieuwe Uitleg" genoemd. Naast de Kanongieterij bouwde men omstreeks 1705 statige huizen. Deze mooie panden staan er vrijwel allemaal nog.

De Kanongieterij was een ontwerp van de beroemde Pieter Post. Op onderstaande foto is de Gieterij gedeeltelijk te zien. Het was een meesterwerk, dat zich qua vorm en architectuur kon meten met de mooiste paleizen van de stad.

 

De nieuwe Kanongieterij stond op een eiland. Het gebouw zelf grensde aan drie kanten aan het water : de Prinsessegracht, de Gietkom en het Smidwater. Voorbij de huizenrij lag in het noorden van dat eiland een grachtje dat we (ook) "Nieuwe Uitleg" noemen. De gieterij was alleen te bereiken over (mooie) bruggen. Op de foto is op de achtergrond een driedubbele boogbrug te zien (die in de jaren '30 van de 20e eeuw gesloopt is).

Ook elders verrezen steeds meer gebouwen buiten de Singelgracht. Na 1715 kwamen er ook langs de Veenkade (thans "Toussaintkade") steeds mer huizen te staan. Na 1720 was hier sprake van een gesloten gevelrij.

 

In de (prachtige) Kanongieterij werd in 1878 de Hogere Krijgsschool gevestigd. Het gebouw heeft tot 1916 in de oorspronkelijke vorm bestaan. Toen is een groot gedeelte van het gebouw gesloopt ten behoeve van een uitbreiding van de school. In maart 1945 kwam de genadeklap, toen de geallieerden de oost hoek van Den Haag bombardeerden, waarbij ook de Kanongieterij getroffen werd. Hoewel herstel mogelijk geweest moet zijn, zijn de resten van de gieterij vervolgens afgebroken. Bizar: De stad Middelburg is veel erger beschadigd in de oorlog, maar is daarna vrijwel geheel herbouwd. In Den Haag heeft men dit soort kunstwerken niet willen herstellen. Het woord 'schande' is hier eigenlijk wel op zijn plaats.

Van dit pand rest nu alleen nog een geveldeel en een toegangspoort (allebei onderdeel van het ministerie van Defensie aan de Kalvermarkt).

Op de plaats van de oude gieterij staat nu de Artillerie. Een eveneens bijzonder gebouw van architect H. Kuiper.


In de stad zelf begonnen de trapgevels in de 18e eeuw uit het straatbeeld te verdwijnen. Het werd "mode" om de gevels van de huizen 'strak' te trekken. Trapgevels werden afgebroken en naar Frans voorbeeld kregen de huizen veelal een strakke gevellijst (van hout). Zo verdwenen alle trapgevels langs het Lange Voorhout, Het Tournooiveld en het Korte Voorhout. Ook langs de Vijverbergen en op de Plaats werden de huizen aangepast aan de stijl van die tijd.

Alleen de gevel van een overheidsgebouw aan het Lange Voorhout, het zogenaamde Pagehuis, bleef gespaard. De overheid had er geen behoefte aan om mee te doen met de nieuwe stijl. Allereerst was het Pagehuis een dienstwoning van de Kanongieter geweest, na het verhuizen van de Gieterij werd het een opleidingsinstituut (voor Pages -bedienden van de Stadhouder(s)).

Het Page huis is daarom nu het enige Haagse gebouw met een trapgevel in de noord-oost hoek van Den Haag.

In de meeste andere Hollandse steden was geen geld meer om de huizen aan te passen, vandaar dat men daar ook nu nog veel trap- en klokgevels kan zien.

Ook in de 18e eeuw kwamen nog protestantse vluchtelingen uit Frankrijk en de Zuidelijke Nederlanden naar Holland. Daaronder ook architecten zoals Daniël Marot, die in Den Haag enkele beeldbepalende gebouwen ontwierp, zoals de uitbreiding van het stadhuisje aan de Groenmarkt en het (latere) Paleis van de Kroonprins aan de Kneuterdijk. Ook het prachtige Huis Schuylenburch (Lange Vijverberg) en Huis Huguetan zijn van zijn hand.

Dankzij al deze bouwwerkzaamheden in Den Haag moet de stad omstreeks 1750 op zijn mooist geweest zijn.

Langs de -100 jaar eerder gegraven- Prinsegracht stonden nu voor een groot gedeelte (eindelijk) gebouwen en Tournooiveld, Voorhout en Vijverberg hadden het voorname uiterlijk gekregen dat ze nu eigenlijk nog steeds hebben.

Aan het Plein stonden de indrukwekkende logementen van Rotterdam (1745) en Amsterdam, waar de afgevaardigden van die steden verbleven als ze in Den Haag moesten zijn. Den Haag had meer dan ooit de allure van een echte Europese Hoofdstad en hoewel de invloed van de Republiek op de ontwikkelingen in de wereld sterk afnam gedurende de 18e eeuw, was dat in Den Haag op het eerste gezicht niet zichtbaar.

Wie beter keek ontdekte echter ook in Den Haag tekenen van verval. In het Spui-havengebied nam de bevolking al meer en meer toe. Het water van de vele grachten aldaar werd steeds meer gebruikt als vuilstort en met het verstrijken van de jaren nam de zomerse stank van het water toe.

Grachten die voorheen een zekere allure hadden gekend, zoals de Statengracht (Ammunitiehaven) en de middelste gracht (Schedeldoekshaven) begonnen te veranderen in sloppenwijken. In deze buurten groeide, net als in de rest van de Republiek de onrust. Het volk begon te morren, maar de gevestigde orde (stadsbestuurders en de rijken (koopmannen, renteniers en patriciërs)) hoorde dat nog niet, of wilden het nog niet horen. Om van Hofkwartier naar Spuikwartier te komen was een wandeling van nog geen 10 minuten voldoende, maar er gaapte zo'n enorm gat tussen die twee werelden dat het maar de vraag is of rijke bewoners van het Hofkwartier ooit in de sloppenwijken kwamen. De eerste bevolkingsopstanden vonden plaats in de grote steden Amsterdam (nog geen hoofdstad) en Leiden en ook in het Spuikwartier begon het te gisten. Militairen maakten echter keer op keer met veel geweld een eind aan deze oproer.

Niet alleen in de Republiek zelf is sprake van opstanden, in Batavia (Nederlands Indië) komen Chinezen in opstand. De gehele Chinese bevolking (8000 mensen) wordt door de Nederlandse troepen gedood.

In Amsterdam werden huizen van rijken incidenteel belegerd en geplunderd door 'het volk', in Den Haag merkten de rijken er niet veel van. Dat kwam voornamelijk doordat Voorhout en Vijverbergen vanuit het Spuigebied eigenlijk alleen bereikt konden worden via het Buitenhof en dat was nog omgeven door singels en hoge muren.

Een landwind moet de stank van de Spuihavens echter regelmatig over deze muren en derhalve de gehele stad hebben verspreid.

Doof en blind blijven voor de ellende kon dus nog wel, maar de geuren van ellende kon men niet (meer) negeren. Het zal daar aan gelegen hebben dat het grachtenstelsel van Den Haag na 1705 niet meer werd uitgebreid.

Van demping kon echter nog geen sprake zijn, de waterwegen waren nog te belangrijk voor het transport.

In 1747 is Willem IV uitgeroepen tot Stadhouder en Kapitein-Admiraal van de strijdkrachten. De twee functies kregen een erfelijk karakter. Den Haag werd wederom residentie van de Oranjes.

Met het herstel van de Oranje Dynastie kwam er echter nog geen eind aan de onlusten. In 1748 zijn er bijvoorbeeld 200 Amsterdammers door soldaten gedood na onrust op de Dam.

2e helft 18e eeuw