Langs de Koninginnegracht werden aan het eind
van de 19e eeuw schitterende woonhuizen gebouwd. De meeste daarvan in de Eclecticistische bouwstijl. Voordat de gracht gegraven werd lag er al een smal
doodlopend zandpad, de Kemelslaan. Het pad werd al in de 17e eeuw zo genoemd, naar
Melchior Kemels die aan het laantje grenzende weilanden bezat.
Rond 1817 woonde Nicolaas Armand aan het
laantje en begon men het Laantje van Armand te noemen. Dit heeft slechts 9 jaar geduurd.
Tussen 1826 en 1843 heette het de Koninginnelaan en daarna veranderde de naam definitief
in Koninginnegracht, naar de echtgenote van Willem I, Koningin Wilhelmina Frederika.
Anders dan de Prinsessegracht
is er op beide kades van de Koninginnegracht sprake van bebouwing. De gebouwen aan de oost
zijde van de gracht zijn echter veel jonger dan die aan de Westkade. De oorspronkelijke
woonhuizen op de Oostkade hebben plaats moeten maken voor een brede autoweg. Het is nu
moeilijk meer voor te stellen dat de Gracht ooit veel meer op een echte stadsgracht heeft
geleken. Over de twee kades reden trams. Over de kade die men Koninginnegracht noemt reed
lijn 9 (net als nu), aan de overkant (Koningskade) reed de zogenaamde Blauwe Tram naar
Scheveningen.