 |
Het (Oude) Centrum
Haagse
Bruggen
Verdwenen Bruggen
|
 



|
Met het dempen van de meeste Haagse Grachten en door de toename van het verkeer verdwenen ook
veel van de oude Haagse Bruggen.
Wat overbleef zijn foto's en tekeningen.
|

|
De bruggen over (bij) de Singelgracht
|
Mensen die vanaf
Drievliet de Haag- of Trekvliet op kwamen varen konden omstreeks 1670 voorbij Kasteel Binckhorst de Haagse Torens en de vele molens
al zien liggen. De belangrijkste torens hoorde bij het Hof van Assendelft, de Grote Kerk, het Raadhuis, De Nieuwe Kerk en het Zweedse huis. Daarnaast
waren de Stadhouderstoren en de torens van de Ridderzaal al van veraf te zien.
Den Haag zelf begon pas bij
het punt waar we nu het Rijswijkseplein vinden. Daar lag het opvanghuis voor Melaatsen
(Leprozen). De straatnaam Zieken herinnert daar nu nog aan.
Er was geen stadsmuur en zoals bekend waren
er ook geen stadsrechten tot in de 19e eeuw. Toch had Den Haag wel de kenmerken van een
stad, want bij de grens van Den Haag lag een Leprozenhuis en dat soort tehuizen had je
alleen in steden en het kon heel goed zijn dat het schip Bierschepen voorbij zag komen, op
weg naar of terugkomend van de Bierkade en Bierkades had je alleen in steden.
Dit was geen gewoon dorp, dit was zoals
Huygens het in het midden van de 17e eeuw zo mooi wist te omschrijven
|
"[..] Dorp der
Dorpen geen daer yeder Steegh een pad is,
Maer Dorp der Steden een daer yeder Straet een Stad is".
Constantijn
Huygens in "'s-Gravenhage"
|
Met andere woorden : Het betrof hier
geen gewoon dorp waar iedere smalle straat (slechts) een (onbestraat) pad is, maar
een dorp dat bij de steden hoorde daar iedere straat een complete stad is.
De officiele stadsrechten ontbraken, maar Den Haag had niet
één enkel burgemeester zoals dorpen, maar twee (net als de steden) en het recht om Bier
te brouwen (Brouwersgracht) en er in te handelen. Stadsmuren mochten echter niet gebouwd
worden van Delft en de Staten van Holland. Pogingen van Den Haag om dat toch gewoon te
doen (1629 en 1635) werden illigaal verklaard en de bouwactiviteiten dienden te worden
gestaakt.
Varend over het Zieke
was de eerste brug een ophaalbrug met twee vaste bogen tussen Zieken en het huidige
Uilebomen (Zuid Oost Binnensingel).
Vrij snel daar achter lag een vaste brug
met drie bogen, die tot circa 1900 bestaan heeft. Deze brug lag tussen Spui (Bierkade) en
Spui (Ververstraat). Omdat deze brug vast was konden schepen hoger dan circa 2m25 niet
doorvaren het Spui op !
Huizen langs de huidige Pletterijkade
stonden direct aan (in) het water. Er was bij het begin van de Zuid Oost Singelgracht dan
ook geen brug.
Wel lag er een ophaalbrug tussen Zieke en
Spui bij het begin van de Zuid Singelgracht (Groenewegje / Bierkade). Bovenop deze brug
het wapen van Den Haag geflankeerd door leeuwen. Hier was een soort 'Poortconstructie'
gecreeerd.
Voor beschrijvingen van de Haagse
binnengrachten verwijs ik u naar de pagina's over :
Andere (verdwenen) grachten krijgen in 2006
een eigen pagina : De Voldersgracht, de Schedeldoekshaven, de Ammunitiehaven de Wijnhaven
en het doodlopende grachtje bij de Kalvermarkt.
We blijven nu even in de 17e eeuw en
draaien met een boot naar links (bakboord), gaan onder de ophaalbrug door en komen in de
Zuidsingelhaven, met de Bierkaay en 'Over de Bierkaay' (Groenewegje). Al voor 1900 was
deze brug vast geworden. De huidige brug heeft een doorvaarhoogte van circa 2m32. In de
17e eeuw lag hier een Ophaalbrug
Schepen met Bier stopten hier om het
bier te lossen. Langs de kades huizen met trapgevels. Aan de gracht bevinden zich in de 2e
helft van de 17e eeuw ook heel veel herbergen. met namen als : "het Zwarte Paard", "De Stad Breda", "Het
Henneke", "Het witte Molentje", "De Ruit", "De groene
Koetswagen", "De Poolse Stormhoed", "Het gulden vlies", "De
Oranjeboom", "De Oranjetent", "De drie Pijlkens", "De
Diamantroos", "de drie Klokjes" en "De Posthoorn".
Er zijn twee zijstraten aan de
Bierkadekant. De Bierstraat, die in de 17e eeuw nog niet helemaal doorloopt naar de
Veerkade, maar vlak achter de huizen langs ombuigt naar het Spui en iets verderop richting
het Zuideinde (Wagenstraat) ligt de Kranestraat. Hier staat op de
kade een grote hijskraan die het lossen van de zware Biervaten vergemakkelijkt.
|
 |
 |
 |
 |
Doorvarend langs de Bierkade
komen we bij een volgende ophaalbrug. Ook deze heeft een poortachtige constructie met
leeuwen en daartussen een schild met het wapen van Den Haag (de
Ooievaar). Het is de Wagenbrug bij het Zuideinde (Wagenstraat).
Tot de 20e eeuw zou het de laatste brug zijn tot het Westeinde
die schepen tegenkomen bij hun tocht over de Singelgracht. De huidige Wagenbrug
(1921/1928) is een vaste brug met een doorvaarhoogte van circa 2m32.
De kade aan stuurboord werd Smalle of Kleine Bierkaay
genoemd, nu spreken we van Dunne Bierkade daar schepen met 'met water verdund' Bier hier
aan moesten leggen.
Aan de Dunne Bierkade wonen in de 17e eeuw enkele
schilders, zoals Jan Steen, Jan van Gooyen en Paulus Potter. Tegenover hun huis liggen
weilanden (Zusterpolder) en vanaf hier kon je (tot kort na 1840) Rijswijk en Delft in de
verte zien liggen. Hiet was het Groenewegje echt groen.
Bij de Paviljoensgracht lag geen brug over de Singelgracht.
Wel was er een vaste brug tussen Dunnebierkade en Zuidwal. Deze bestond uit één boog en
de doorvaarhoogte was circa 2m. In de volksmond heette de brug lange tijd 'De Spookbrug',
want na de mysterieuze verdwijning van een meisje was het er volgens de bewoners gaan
spoken. Dat spoken hield pas op toen men vele jaren later een huis bij de brug afbrak en
de overblijfselen van het meisje werden gevonden.
|
 |
 |
 |
Voorbij de "Spookbrug" stonden langs de Zuid
Singelgracht wel huizen, maar de naam van de straat was (is) hier Zuidwal, ten teke dat er
geen kade was voor de handel. Aan de overkant de weilanden van de Zusterpolder en de
Gortmolen (gebouwd in 1632). Bij de Gortmolen lag een kleine zijsloot. De molen zelf
stond op een eilandje omgeven door water. In het midden van de 18e eeuw (kort na
1740) werd de molen buiten gebruik gesteld, maar het duurde nog tot circa 1820 alvorens de
molen werd afgebroken.
De meeste Haagse molens waren 'Stellingmolens', de
Gortmolen was een achtkantige 'Grondzeiler'. Het verschil heeft niets met een stadsmuur
('fort' of 'stelling') te maken, maar met de hoogte van de molens.
Een molen die last kan hebben van de omliggende bebouwing
moet hoog zijn zodat er voldoende wind gevangen kan worden. Om de molen te kunnen bedienen
moet er in dat geval halverhoogte een stelling (plankier die om het molenlichaam loopt)
komen. Men spreekt dan van een 'stellingmolen'. Molens zonder stelling, waarvan de
wieken dus bijna de grond kunnen raken, worden 'grondzeilers' genoemd.
Wie in de 17e eeuw over de Singelgracht voer zag hem echter
nog in volle glorie staan. Thans herinnert een gevelsteen en een straatnaam nog aan de
molen.
|
| |
 |
 |
Bij het landgoed Om en Nabij maakt de gracht een scherpe
bocht naar rechts. De naam verandert van Zuid Singelgracht (officieel Zuid Singelsgracht)
in Zuid West Singelgracht (officieel Zuid West Singelsgracht).
Het landgoed Om en Nabij is nu verdwenen.
Het is rond 1840 bebouwd met onderander de Hofjeswoningen
van Om en Bij en het oudste deel van de Schilderswijk.
Doorvarend kon je rechtdoor onder een vaste brug (circa
2m30) de Brouwersgracht op. Genoemd naar de Haagse Bierbrouwerij De
Roode Leeuw.
Dit was de verbinding met de Prinsegracht.
|
 |
 |
We blijven echter nog even op de Singelgracht en gaan naar
links. De gracht heette tot 1956 nog steeds de Zuid Westsingelgracht, nu is dat
Houtzagerssingel, genoemd naar Houthandel Dekkerhout die hier vanaf 1885 gevestigd was
(tot het eind van de 20e eeuw).
Mensen die hier omstreeks 1670 over de Singelgracht voeren
zagen dat de bebouwing op de twee 'kades' (wallen) ophield. Waar nu op het 'Buitenom' het gebouw van de voormalige Panderfabriek te vinden is
stonden nog een paar huisjes, maar daarna was het leeg. De Singelgracht was zeer ruim
aangelegd en het duurde tot in de 19e eeuw alvorens hier meer huizen (en bedrijven) langs
het water werden neergezet. Op het punt waar de Singelgracht weer een scherpe bocht naar
rechts maakt en de Zuidwest Singel(s)gracht de West Singel(s)gracht wordt stond tot begin
20e eeuw Papiermolen "de Ooievaar".
De restanten van die molen waren in 1933 nog zichtbaar op
de lokatie waar het Belastingkantoor gebouwd zou worden. Begin 21e eeuw komt daar
nieuwbouw met de naam "Rozenburg". Dat herrinert aan de Rozenburg
Porceleinfabriek die hier begin 20e eeuw gevestigd was. Het zou goed zijn als er ook een
herdenkingsplaat komt voor de Molen "De Ooievaar".
De West Singelgracht sneed dwars door een landelijk gebied
heen, met hier en daar een oude boerderij, en richting het einde zelfs oude duinen.
Niet ver van de "Ooievaar" begon de Prinsegracht, in de 17e eeuw nog "Nieuwe Prin(s)cengracht"
genoemd. De kaarsrechte Prinsegracht telde 4 fraaie boogbruggen, die -op de eerste na-
allemaal identiek waren : 3 fraaie bogen. De middelste van die drie bogen moet een
doorvaarhoogte van circa 2m10 gehad hebben. Van dit type bruggen is in Den Haag alleen de
Maliebrug (circa 1700) overgebleven. De eerste brug die men passeerde als men van de
Singelgracht afkwam had slechts 1 hoge boog (circa 2m10), net zoals dat bij de hierboven
al genoemde brug bij de Brouwersgracht en de Spookbrug het geval was.
Over de Singelgracht lag geen brug. Tegenwoordig ligt hier
wel een ophaalbrug.
De Prinsegracht is (helaas) gedempt. Omdat men de Tramtunnel
(nog) niet heeft willen doortrekken kan de gracht (nog) niet terugkeren.
|

|

|
 |
 |
Mensen die vanaf het eind van de 17e eeuw op de
Singelgracht bleven varen hadden de molen "Ooievaar" bij het Buitenom achter
zich liggen, maar voor de boot stonden de zeer indrukwekkende Westermolens aan de West
Binnensingel.
Tussen de eerste twee lag de Loosduinse- of Wipbrug. Hier
eindigde het Westeinde. De enige straat in dit deel van de
stad die helemaal bebouwd was met huizen. Het hele gebied tussen de Singelgracht,
Brouwersgracht, Assendelftstraat en Vleerstraat was verder vrijwel
leeg !
Een ophaalbrug over de West Singelgracht die net als de
twee ophaalbruggen bij de Zuid Singelgracht rijkversierd was.
Bovenop deze brug stonden de twee leeuwen en de het wapen van Den Haag. Schepen vanuit
Loosduinen en het Westland konden door een enkelvoudige Boogbrug hier de Singelgracht
opkomen vanaf de Loosduinse vaart.
De Molens die men als eerste zag
staan aan de West Binnensingel (thans Bij de Westermolens) waren de Zuidmolen en de
Heerenmolen (Heertjesmolen). Vervolgens kwam je langs de Valkmolen uit 1697 die in 1865 is
afgebroken en als laatste stond binnen de grenzen van de stad de Haan (afgebrand in 1697,
herbouwd in de 18e eeuw. Deze molen is tot 1904 in bedrijf geweest en toen gesloopt).
Schuin daar tegenover, buiten de Singelgracht stond de Haas
(bouwjaar 1734, afgebroken in 1911). Een rond gebouw met twee molens in de gevel (op het
Koningin Emmaplein) herinnert daar nu nog aan.
De Heerenmolen had, anders dan de overige Westermolens een
vierkant onderstel. De Haanmolen werd pas in de 19e eeuw een Stellingmolen, daarvoor
was het een Grondzeiler.
|
 |
 |
 |
 |
Vervolgens liep de singelgracht langs een leeg gebied. Van
de West Singelgracht draaide je de Noord West Singelgracht op (huidige Noordwal / Veenkade)
De restanten van het kleine bos "Kortenbos" waren
hier nog zichtbaar en ook daar moet volgens oude kaarten (1650) een molen gestaan hebben.
Bruggen over de Singelgracht kwam je niet tegen tot de Prinsestraat. De eerste huizen
langs het water stonden voorbij de Vleerstraat.
De boogbrug bij de Prinsestraat bestaat ondertussen niet
meer. Er ligt daar nu een overkluizing. Van de gebouwen op de tekening hieronder is alleen
de toren van de Grote Kerk nog aanwezig. Dit was geen
ophaalbrug en hij lag ook niet over de Singelgracht zelf, maar over een zijkanaal. Het
water liep onder de brug door naar de Prinsessetuin waar tot ongeveer 1860 een smalle
gracht omheen lag.
|
 |
 |
Over de Singelgracht lag geen brug bij de Prinsestraat, maar ook niet aan de andere kant van de Prinsessewal. Zowel bij de Prinsestraat als bij het huidige Piet
Heinplein kwamen pas na 1876 bruggen over de Singelgracht.
De eerste brug over de Singelgracht
na de Loosduinsebrug was de ophaalbrug bij het Noordeinde
(Scheveningsebrug). Deze verbond het Noordeinde na 1665 met de Scheveningse
Zeestraat die door Constantijn Huygens ontworpen was.
Op de Scheveningsebrug stond waarschijnlijk geen wapen van
Den Haag. De meeste oude platen laten een vrij sobere ophaalbrug zien. Er zijn ook
tekeningen die wel een wapen op de brug laten zien, compleet met leeuwen.
De 17e eeuwse omgeving van de Scheveningsebrug heb ik
beschreven op de pagina over de Zeestraat.
|
 |
Bij de Denneweg moet in de 17e eeuw
(toen men nog sprak van Duinenweg) al een brug geweest zijn. Dit moet een ophaalbrug
geweest zijn, maar er zijn geen tekeningen van.
Huizen stonden hier niet langs de Singel. Het gebied tussen
Noordeinde en Denneweg bestond uit de tuinen die vanaf de Singelgracht doorliepen tot het
straatje bij de koetshuizen van de bewoners van het Lange Voorhout.
Dat wil zeggen tuinen die ongeveer de lengte hadden van de huidige Parkstraat tussen Noord
Singelgracht en de 19e eeuwse Parkstraatkerk (Jacobus de Meerdere).
Voorbij de Parkstraat ging de Singelgracht weer naar links.
Hier heet de gracht (nog steeds) Hooigracht. Er lag vervolgens een
brug bij de huidige Houtweg. De enige in deze hoek voordat de Maliebrug
in 1700 werd gebouwd. Tekeningen zijn hier niet van. Ook dit moet oorspronkelijk een
ophaalbrug geweest zijn !
De eerst volgende brug over de Singel (al in de 17e eeuw Prinsessegracht genoemd) was de door de Joodse
Gemeenschap betaalde Bosbrug bij het Korte Voorhout. De
Joodse inwoners van Den Haag hadden er ook voor gezorgd dat de oude Wagenbrug een
ophaalbrug werd. Zoals hierboven al aangegeven vermoed ik dat de brug bij de Denneweg en
de brug bij de Houtweg oorspronkelijk ook ophaalbruggen waren, om de eenvoudige reden dat
er Joden in Den Haag woonden die bepaalde religieuze geschriften alleen in steden mochten
bewaren die afgesloten konden worden (stadsmuren en stadspoorten). Den Haag had geen
stadsmuren en ook geen stadspoorten, maar wel een grote Joodse gemeenschap en dus werd
gesteld dat Den Haag, dankzij de Singel, toch af te sluiten was, indien de bruggen open
gezet werden.
Toen in de 19e eeuw ophaalbruggen werden vervangen door
vaste bruggen, sloot men die vaste bruggen nog tot het midden van de 20e eeuw nog wel eens
af met kettingen !
De Bosbrug was dus ook een ophaalbrug met daarop het wapen
van Den Haag, geflankeerd door twee leeuwen. Omstreeks 1700 werd de Gietkom
gegraven naast de Kanongieterij. Komend vanaf de Prinsessegracht kwam je onder een vaste
brug met 3 bogen. Deze heeft er tot het eind van de 19e eeuw gelegen.
|
 |
 |
 |
 |
Voorbij de Bosbrug lag de Heerenbrug, die tot ongeveer 1850
veel leek op de overige ophaalbruggen die over de Singelgracht lagen Er zijn maar weinig
tekeningen van de oude Heerenbrug bekend. Tot 1845 had de Herengracht
nog water, ter hoogte van de Herengracht zal er dan ook een boogbrug geweest moeten zijn..
Voorbij de Heerenbrug werd en wordt de Prinsessegracht Oost
Singel(s)gracht genoemd. Tot aan het Zieke lagen oorspronkelijk geen brugen meer over de
Singelgracht. Wel was er nog een hoge boogbrug bij de Nieuwe Haven.
Na 1820 werden de oude ophaalbruggen stuk voor stuk
vervangen door vaste bruggen. Sommige, zoals de Heerenbrug en de Bosbrug waren
oorspronkelijk nog sierlijk, maar al snel werden de bruggen steeds soberder. Tussen de
Wagenbrug en de Loosduinsebrug bevinden zich tegenwoordig moderne ophaalbruggen. Fraaie
versieringen, zoals op de 17e eeuwse exemplaren gezeten hebben, zitten er helaas
niet op.
|
 |
|
|
 |
 |
 |
|
 |
Meer foto's :
Geschiedenis van de Haagse Grachten
Gedempte Haagse Grachten
Molendatabase [Externe Link]
De oude foto's op deze
pagina heb ik op diverse andere internetsites gevonden en via mail ontvangen.
Er zou geen copyright meer op rusten.
Mocht dit onverhoopt tòch het geval zijn, dan hoor ik dat graag. Ze worden dan
verwijderd.
|